Lezing: Dansen met de Vijand, het oorlogsgeheim van tante Roosje

Date: 18 December 2017
Time: 20:00  to  22:00

Tijdens een bezoek aan Auschwitz ontdekt Paul Glaser een koffer uit Nederland met zijn achternaam erop. Dit is voor hem het moment om het familiegeheim te onthullen; het verzwegen lot van tante Roosje.

Op maandag 18 december vertelt hij het waargebeurde en onthutsende verhaal van Roosje. Deze geschiedenis mag niet geheim blijven.
Roosje is een levensluchtige en ondernemende danslerares. Wanneer de nazi’s de macht grijpen begint voor Roosje, 25 jaar oud en joodse, een levensgevaarlijk avontuur. Zeker wanneer haar man zich aansluit bij de nazi’s. Het plaatst haar voor dilemma’s waarin zij haar eigen keuzes maakt. Ze wordt slachtoffer van verraad door haar eigen man en de SS neemt haar gevangen. Roosje komt vrij, wordt opnieuw verraden en belandt in een maalstroom van zes concentratiekampen. In Auschwitz geeft ze SS-ers dansles en leert hen bijbehorende etiquette. Roosje leeft met haar hart en vecht met haar verstand. Het is een leven van volharding, liefde en verraad, waarin de verraders haar uiteindelijk niet klein krijgen.

Het indringende verhaal laat zien dat een scherp onderscheid tussen goed en fout niet bestaat in de dagelijkse werkelijkheid van de oorlog. Roosje houdt de regie van haar leven zo veel als mogelijk in eigen hand. Ze communiceert met vriend en vijand, blijft optimistisch en bovenal trouw aan zichzelf. Kort vóór het einde van de oorlog wordt ze uitgeruild tegen drie gevangen genomen Duitse soldaten bij de Deense grens. Met datzelfde optimisme bouwt ze opnieuw haar leven in Zweden op en keert niet meer terug naar Nederland. Het zijn immers niet Duitsers die haar hebben verraden, gevangen gezet en alles hebben afgenomen maar Nederlanders. Ze zegt daarover: ‘Het grootste probleem was niet dat ik als Joodse geboren ben, maar als Nederlandse.’
Tijdens de presentatie krijgt u veel fotomateriaal te zien over Roosjes leven, in 2010 verscheen het boek “Dansen met de vijand. Het oorlogsgeheim van tante Roosje.”